

In
Kuifje spelen de meest legendarische figuren mee. Wie kent kapitein Haddock of
professor Zonnebloem niet? We zetten de belangrijkste even op een rijtje:
De goeden:
Kuifje, wonende in de
Labradorstraat 21, is de perfecte stripheld. Hij is erg moedig en trotseert elk
gevaar. Het avontuur komt altijd per toeval in zijn handen gevallen. Hij is
weliswaar erg bescheiden en is dus geen echte ‘superheld’. Niets maakt hem
bang, maar toch gaat hij nooit onbezonnen op weg. Hij denkt altijd hoe hij
alles gaat aanpakken. Hij is dus wel vrij intelligent. Niets is hem dan ook te
veel om zijn vrienden uit de meest gevaarlijke situaties te redden.
Hij heeft geen ouders of andere familie, maar wel enkele goede vrienden
én Bobbie, zijn foxterriër, dat tevens zijn beste vriend is.
Bobbie, de hondstrouwe
witte hardharige foxterriër, is de trouwste metgezel van Kuifje. Hij volgt
Kuifje al sinds het eerste avontuur. Hij heeft weliswaar zijn gebreken: hij is
ijdel en is verzot op alcohol en vechten. Hij is ook een echte gulzigaard en
nieuwsgierigaard. Maar die zaken zijn onbelangrijk als je weet dat Bobbie even
goed als Kuifje een HELD is! Hij vindt Kuifje altijd terug door zijn goede
neus. Hij is misschien wat bang en hij is wel een pechvogel, maar hij zou echt
alles doen om Kuifje te helpen. Dikwijls redt hij hem inderdaad. En dat op de
meest uiteenlopende manieren: door hulp te roepen, mensen te lokken die hulp
kunnen bieden, door te bijten, te grommen, …
Kapitein Archibald Haddock, de nakomeling van François, ridder Hadoque, is
echt het tegenovergestelde van Kuifje: hij vloekt, hij drinkt, hij is
opvliegend, onhandig, edelmoedig, … Een echte antiheld dus! Vooral door zijn
drankzucht kan hij gevaarlijk worden. Gelukkig is Kuifje altijd daar om hem te
helpen.
Haddock volgt Kuifje overal. Waarschijnlijk is hij bang dat de jonge
avonturier roekeloos zal zijn.
Vroeger was kapitein Haddock de kapitein van de Karaboudjan (zie de Krab met de
gulden scharen). Zijn stuurman Allan was eigenlijk de kapitein, want
Haddock was altijd zat en deed zijn werk niet meer. Allan gaf hem immers ook
almaar whisky (Haddocks favoriete drank) en nam zelf het bevel over. Hij maakte
van het schip een opslagplaats voor drugs. Dankzij Kuifje is de bende opgerold
en is Haddock beginnen minderen in zijn alcoholgebruik.
Zijn vloekwoorden zijn vaak onnozelheden. Bekijk bijvoorbeeld
ectoplasma. Dat is gewoon iets uit het lichaam. Eigenlijk worden de
vloekwoorden sterk gemaakt door de uitspraak ervan. Haddock is daar natuurlijk
uitstekend in.
Kapitein Haddock is de eigenaar van kasteel Molensloot. Prof. Zonnebloem
heeft het hem gegeven. Het gebouw behoorde daarvoor toe aan de gebroeders
Vogel.
Verder weten we ook nog dat Haddock verzot is op zijn pet, die hij
overal achtervolgt, wat in de Zonnetempel voor een paniekerige toestand zorgt.
Trifonius
Zonnebloem is de verstrooide
professor uit de Kuifje-reeks. Hij is hardhorig, totaal verstrooid, altijd
bezig, … Zijn doofheid zorgt vaak voor hilarische momenten. Hij staat vooral
bekend door zijn enorme hardhorigheid, zijn rustig voorkomen, groene kledij,
zijn baardje en uiteraard zijn slinger!
Hij is in de reeks
terechtgekomen in De schat van scharlaken Rackham. Toen had hij een
onderzeeër ontworpen. Enkele albums later ontwerp hij zelfs een raket die de
grote helden naar de maan brengt!
Na enige tijd wordt
krijgt hij een nieuwe hobby: bloemen kweken. Natuurlijk vind hij zelf ook
bloemen uit, zoals zijn witte roos, Bianca genaamd, naar Bianca Castafiore (zie
verder).
Hij heeft ook een erg aparte smaak voor vrouwen. La Castafiore
bijvoorbeeld, waarvan Haddock zegt dat het een wandelende cycloon is. Ook Peggy
Alcazar is zo’n bijzonder mens die bemind wordt door Zonnebloem.
Jansen en Janssen zijn de
grappige, stuntelige detectives uit de reeks. Kuifje komt ze op de meest uiteenlopende
plaatsen tegen. Het leuke aan hen is dat ze zo dwaas uit de hoek kunnen komen
en dat bijna al hun flaters 2 keer geburen. De ene keer bij “Jansen met één ‘s’
” en de 2de keer bij “Janssen met twee ‘s’-en”.
Hun gelijkenis is zuiver toeval (natuurlijk heeft Hergé het wel met
opzet gedaan!). Ze zijn geen tweelingbroers en zelfs geen gewone broers. Er is
maar een licht verschil tussen beide en dat is hun snor. Die van Janssen is wat
“kurkentrekkerachtig” en die van Jansen is recht. Maar voor de rest zijn ze
gelijk. Zowel voor hun kledij als voor hun handelingen.
Jansen en Janssen staan ook gekend voor hun typische uitspraken zoals
“Ik zou zelfs meer durven zeggen” of “sterker nog, …”.
Bianca Castofiore is de luidruchtigste van de hele bende. Ze is
misschien niet de slimste, maar toch is ze dikwijls een redder in nood. Door de
artiestencarrière die ze heeft dankzij de Scala van Milaan, waardoor ook haar
bijnaam de “Milanese Nachtegaal”, heeft ze ook heel wat fans, waaronder
slechteriken. Kolonel Sponsz en de roddelpers om er nog maar 2 te noemen.
Haar beroep heeft ze zeker niet gestolen. Ze is net zo driftig en
wispelturig zoals enkel een diva dat is.
Er is iemand die een echt hekel aan haar heeft, en dat is kapitein
Haddock. “Die wandelende cycloon” is zijn spotnaam voor haar. Vanaf dat hij
haar ziet, probeert hij zich te verschuilen, maar telkens weer komt ze er aan.
Dan verbastert ze zijn naam in “Kapstok” of Harrock”, én op de koop toe gaat ze
dan meestal nog zingen ook! En altijd dat liedje “AAAAAH, ik
lach bij ’t zien van mijn schoonheid in deez
spieeeeeeeeeeeeeeeeeeeeegel!!!!!!!!!!!!” uit haar “Juwelenaria”. Op die momenten breekt er soms wel eens een
glas of raam, maar dat is detail.
Nestor is de butler van
kapitein Haddock op Molensloot. Zelf is hij geen held, want hij is eerder laf
en wat schuchter. Toch is hij erg belangrijk. Je ziet hem overal rondlopen met
een dienblad of een plumeau. Zijn intrede in het verhaal was wel niet zo leuk
(hij sloeg Kuifje namelijk neer), maar hij deed alleen maar wat hij dacht dat
goed was. Dat is nu typisch Nestor: altijd gedienstig en trouw. En dat lokt
uiteraard vertrouwen uit, wat hem soms beter niet gegeven wordt. Hij durft
namelijk wel eens afluisteren. Toch is dat maar één van zijn weinige slechte
kantjes. Hij laat zich ook nogal te veel doen. Abdallah, die allerlei dingen
met hem uitsteekt, laat hij gewoon zijn gang gaan. Kortom, hij is gewoonweg een
typisch voorbeeld van een butler uit strips of films, namelijk: niet weg te
slaan van zijn nobele taak, namelijk het butler-zijn.
Serafijn Lampion is nog zo’n typisch voorbeeld van een regelmatige
persoon. In tegenstelling met Nestor is het van hem in de slechte betekenis.
Serafijn is namelijk een echte zeurkous, die altijd wel iets te zeggen heeft.
Een mop, zijn leven, dat van zijn oom Anatool (grappende kapper), … Wat zeker
ook erg is aan die vent, is dat hij altijd slechte momenten kiest om op het
toneel te verschijnen. Bij de eerste kennismaking komt hij net als de
elektriciteit uitvalt.
Als hij komt, dan komt hij zagen over Mondass, de
verzekeringsmaatschappij waarvoor hij werkt. Hij probeert dan altijd een polis
af te sluiten met Haddock. En steeds blijft hij hangen totdat er iets ernstigs
gebeurt. Dan is hij onmiddellijk weg.
Slechts éénmaal hebben de helden gebruik kunnen maken van dit bange
persoontje. Dat was bij de Picaro’s. Hij kwam toen toevallig door het oerwoud
met een toeristenbus. En die bus hadden de Picaro’s nodig.
We kennen ook zijn hele familie. Ze zijn ooit gaan intrekken bij Haddock
- toen die er uiteraard niet was - en
daar had hij heel zijn familie bij meegenomen (een 6-tal kinderen, zijn vrouw
en (groot/schoon)ouders).
Tchang Tchong-Jen is de Chinese vriend van Kuifje. Hij ontmoette
Tchang voor het eerst in de Blauwe Lotus, en daarna
nogmaals in Kuifje in Tibet.
Tchang is een Chinees, die al altijd dacht dat Westerlingen
wrede mensen waren. Maar door Kuifje die Tchang komt redden uit een rivier,
krijgt Tchang een nieuwe kijk op Westerlingen.
Kuifje en Tchang zijn beste maatjes, en dat blijkt wanneer
Tchang vermist is in Tibet. Kuifje kan de gedachte dat zijn vriend dood is niet
realiseren, en besluit hem te zoeken, overtuigd van zijn gelijk dat Tchang nog
leeft na de bewuste vliegtuigcrash. Dit zorgt er voor dat ze onafscheidelijk
worden.
Tchang Tchong-Jen is genoemd naar de gelijknamige
studiemakker van Hergé. Die vriend dook na enkele jaren weer op in Hergé’s
leven, en vandaar ook de terugkeer van het stripfiguurtje in “Kuifje in Tibet”.
Generaal Alcazar is dan
weer het tegenovergestelde van Tchang. Hij blijkt wel een vriend van Kuifje te
zijn, maar dat zeker niet zo goed als Tchang. Hij beledigt Kuifje, hij gelooft
hem niet, hij lijkt soms zelfs vijandig, enz.
Zijn enige voordeel is misschien wel dat hij iets van
vechten afweet. Soms kan hij wel laf zijn, of te ruw, te koppig, te
toegeeflijk, maar zijn wrede karakter trekt hem overal doorheen. Hij heeft
simpelweg nergens schrik voor! En dat zal generaal Tapioca geweten hebben. Zij
tweetjes zijn namelijk aartsvijanden, en beiden proberen ze het land “San
Theodoros” in handen te krijgen. Uiteindelijk zorgt Kuifje er voor dat generaal
Alcazar het land in handen krijgt (zie Kuifje en de
Picaro’s).
Alcazar ging na de eerste afzetting van het leiderschap van zijn
land, werken als messenwerper onder de naam Ramon Zarate. Daar heeft hij Kuifje
op weg geholpen naar de opsporing van Zonnebloem, toen die gegijzeld was door
Inca’s (zie De Zonnetempel). Later kan hij echter de macht
terugnemen, met zijn Picaro’s en Kuifje. Hoewel hij er het staatshoofd is nu,
staat nog één iemand boven hem: zijn vrouw Peggy!
Een andere vriend van Kuifje is Oliviera
da Figueira. Beste een vriendelijke knaap, enkel wat schuw en altijd
uit om iets te verkopen. Dat lukt hem dan ook aardig. Zelfs aan de slechtste
individuen krijgt hij wat verkocht.
Je zou het misschien nooit zeggen, maar hij heeft tevens
bijgedragen tot de heroverwinning van het oliestaatje Khemed. Twee keer zelfs! De eerste keer tegen
Dr. Müller, die de olie uit het land verknoeide, en de tweede keer tegen Bab El
Ehr, een sjeik.
Verder valt er niet echt iets over dit personage te
vertellen, behalve dat hij uit Lissabon in Portugal komt. Hij kwam Kuifje voor
de eerste maal tegen op een boot in “De sigaren van de farao”, toen hij op weg was om in het
buitenland zijn goederen te verkopen. Zelfs Kuifje liet zich voor één keer
vangen.
Mohammed Ben Kalish Ezab is de emir van Khemed. Kuifje komt hem tegen in de strijd voor het zwarte goud,
de petroleum dus.
Hij is absoluut geen vriend van westerlingen. Hij verafschuwt ze, net
als de rest van zijn volk. Toch kan Kuifje zijn vriendschap winnen door het opvliegende
zoontje van deze emir te redden uit de handen van Dr. Müller. Dat opvliegend
zoontje, Abdallah, is echter niet zo’n vriendelijk jongetje. Hij plaagt,
nee, pest iedereen! Vooral geboren pechvogel Haddock krijgt er telkens van
langs. Net als Nestor trouwens. Abdallah lijkt de duivel zelf! Toch geeft zijn
vader, de emir, veel om hem. Hij ziet hem graag, lacht met zijn grapjes, tot…
tot dat hij er zelf één meemaakt.
De grote vijand van de emir is Bab El Ehr, een sjeik uit zijn land, die
zélf emir wil worden. Daarom verdenkt de emir hem altijd als er iets misgaat.
Dat is echter niets steeds zo, want er is ook nog, inderdaad, Müller.
Piotr Sztíc, later Piotr Szut, is een ex-vijand van
Kuifje. Hij is piloot en werkte in de oorlog tegen de emir van Khemed.
Een ongelukkig toeval, een aanslag van Kuifje op zijn vliegtuig, heeft er voor
gezorgd dat hij bevriend werd met Kuifje en Haddock. Hij heeft hen in dat
verhaal (Cokes
in voorraad) dan ook tot het einde geholpen om de oorlog waaraan hij
hielp te stoppen.
Later kwam Kuifje hem nogmaals tegen, maar toen werkte hij – als piloot
- voor een miljardair, Carreidas genaamd. Per toeval lopen ze elkaar dan tegen
het lijf in Bombay, waardoor zijn vriendschap nog maar eens bewezen werd toen
ze uiteindelijk gevangen genomen werden door Rastapopoulos.
De slechteriken:
Kuifjes grootste vijand is vast en zeker Rastapopoulos.
Steeds weer ontmoet Kuifje deze snode bandiet als die weer wat uitvetert.
Telkens weer weet Rastapopoulos zichzelf te beschermen, waardoor hij in de
buitenwereld zijn waardigheid niet verliest. Hij was filmregisseur en werd
enige tijd later markies. In de tijd daartussen had hij echter al heel wat
uitgestoken, waardoor het echt raar lijkt dat hij toch nog rijk en machtig was.
Het begon allemaal met drugshandel, en dat hield hij meerdere verhalen
vol. Maar na enige tijd was hij enkel nog maar uit op geld en macht, wat hem
echt de das omgedaan heeft. In de oorlog tegen Khemed verliest hij zijn waardigheid,
waardoor hij zich moet terugtrekken en de drang krijgt om te stelen.
Allan Thompson is de enige rechterhand van Rastapopoulos die hem echt constant trouw
blijft. Eigenlijk wel gek, want Rastapopoulos is dikwijls erg woest op hem.
Allan is een wreedaardige schipper. Hij begon zijn boevencarrière met
drugshandel en nam na zekere tijd zelfs een schip voor zijn rekening om er de
drugs in te verbergen. Dat schip was het schip van Haddock, die bewust zat
gehouden werd.
Later kruisten Kuifje en Haddock nog herhaaldelijke keren zijn pad, maar
uiteindelijk belandden zowal hij als zijn baas in de cel.
J.W. Müller, later Mull Pasja,
vroeger dokter van beroep, is de 2de grote vijand van Kuifje. Hij is
echter geen drugshandelaar, maar begint zijn carrière als valsemunter. Kuifje
overmeestert hem natuurlijk al weer vlug. Na een eerste celstraf wordt Müller
een veel hardnekkiger bandiet. Hij begint met petroleum te vervuilen, waardoor
die bij hoge temperaturen ontploft. Door dat voorval wordt zelfs bijna een
oorlog ontketend. Het wordt nog erger als hij later een echte revolutie start
in Khemed. Waarschijnlijk een wraakactie tegen de emir van het land. Kuifje kan
gelukkig de revolutie doen stoppen, mede door Rastapopoulos te verdrijven,
waaruit we dus kunnen stellen dat de 2 belangrijkste bandieten samenwerkten, en
zelfs samen een oorlog konden ontketenen.
Kolonel Sponsz was hoofd van de
politie in Bordurië. Het is wreed figuur en al even vals als Müller of
Rastapopoulos. Dat is vooral te zien op de laffe manier waarop hij mensen
terechtstelt, zoals te zien in Kuifje
en de Picaro’s. Daarin laat hij Bianca Castafiore in de boeien slaan en
geeft haar daarna een oneerlijk proces, waardoor Kuifje zich verplicht voelt
naar ginder te trekken. Eigenlijk is het vrij raar dat hij La Castafiore in de
boeien liet slaan, want hij kwam er goed mee overeen, zoals te zien is in De zaak Zonnebloem. Het is dus te
zien: dit individu is erg vals en wàs uit op wraak. Ja, was, want hij weet
waarschijnlijk toch dat het nooit meer zal lukken. Hij werd namelijk naar
Bordurië gestuurd na zijn nederlaag in Tapiocapolis.
Boris is al even erg. Wegens een mislukte poging om de scepter van Ottokar te
stelen, wou hij wraak nemen. Kuifje was daarbij het slachtoffer, want hij
verijdelde het complot en het verraad tegen de koning van Syldavië. Kuifje had
de wraak waarschijnlijk wel op een geheel andere plaats verwacht dan waar het
écht gebeurde. De wraak vond plaats… op de MAAN! Boris vond er ook een einde en
dat maakte dan ook een einde aan zijn laffe daden.
Tapioca is al sinds jaar en dag de grootste vijand van generaal Alcazar. Beiden
proberen telkens de macht te krijgen in San Theodoros, waardoor er uiteraard
ook revoluties plaatsvinden. Tapioca verliest op het hele einde toch de strijd
en moet het land aan Alcazar overgeven. Eigenlijk had hij ook al dood kunnen
zijn, maar door de hulp van Kuifje is de executie niet doorgegaan. Dat is
nochtans niet zo normaal, want Kuifje kon dat als wraak laten gelden. Tapioca
heeft Kuifje bij zijn eerste reis naar het land immers zélf op het schavot
laten plaatsen. Door Alcazar werd dat echter verhinderd.
Verder kunnen we over Tapioca enkel zeggen dat hij erg gebonden is aan
oude gewoontes uit het land, en zeker ook dat hij erg laf is. Maar Hergé zorgde
eigenlijk dat al de vijanden van Kuifje zo waren.
Dawson is het voormalig hoofd van de internationale concessie te China. Een hele
lange titel, maar hij is hem dus kwijtgespeeld wegens oneerlijke zaken. Kuifje heeft
daar natuurlijk ook weer wat mee te maken. Later komt Kuifje door stom toeval
weer in de buurt van deze roemzuchtige man. Deze keer probeert hij oude
vliegtuigen te verkopen voor de revolutie te Khemed. Alcazar hielp hem daarbij
en daardoor kwam Kuifje er zich in moeien. Hij moest immers net ook de zoon van
de emir van Khemed beschermen door die revolutie.
Bab El Her tenslotte is de wrede man die de emir van Khemed van zijn troon
probeert te stoten. Hijzelf is een machtige sjeik. Zijn macht zorgt er zelfs
voor dat hij Müller en Rastapopoulos nodig heeft om de revolutie te ontketenen.
Deze sjeik kwam echter ook even voor dit avontuur ter sprake. Hij had er
Kuifje gekidnapt omdat Kuifje zogezegd wapens zou leveren. Dat was echter een
misverstand, maar Kuifje werd daarna gemarteld in plaats van gewoon
vrijgelaten. Kuifje heeft wraak kunnen nemen door de revolutie te kunnen
tegengaan.
Er zijn natuurlijk nog veel meer personages. Als je zelf ook een fiche
wilt maken, dan kan dat natuurlijk altijd. Een prentje is niet nodig, maar
wordt zeker wel aanvaard. Je kan natuurlijk ook wat raad geven. Alles kan
gestuurd worden per e-mail,
klik daarvoor hier.
Afbeeldingen: ©Casterman, ©Moulinsart & Joris’
productions
©Joris’ productions & Michiel Dumon